Papieren of digitale bieb
Arjen Fortuin ergert zich in NRC Handelsblad (26 juni) blijkbaar aan het dequisitiebeleid zoals dat door de mediatheek van de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden wordt gevoerd. Hij doet dat naar aanleiding van de foto's die Coen Peppelenbos op zijn weblog publiceerde. Grappige naam trouwens in dit verband van deze docent aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden ('mijn lief, mijn lief, o waar gebleven').
Het is de aloude discussie tussen de liefhebbers van het 'oude boek' en zij die geloven in digitale substituten. Die discussie wordt trouwens niet helemaal eerlijk gevoerd want het is onduidelijk of de boeken worden vervangen en of het überhaupt om de laatste exemplaren gaat. Ter geruststelling van Fortuin en Peppelenbos: heel veel is ook nog te vinden op DBNL.
Wat ik me wel afvraag: zou Fortuin zich ook zo druk maken als de bibliotheek haar licenties opzegt voor bijvoorbeeld "Applied measurement in education" of de "European journal of education"?
Integriteit
Het laatste nummer van InformatieProfessional staat in het kader van "Integriteit". Ook natuurlijk omdat de IP-lezing van 11 juni aan dat thema is gewijd. Jammer dat ik verstek moet laten gaan!
Maar wat verstaan we echter onder "integriteit" in het kader van informatievoorziening? Betrouwbaarheid van de informatie hoort er in ieder geval bij, maar hoe wordt die betrouwbaarheid zelf dan tot stand gebracht? Als ik er met mijn studenten over spreek dan zijn we het erover eens dat de gegevens correct moeten zijn (niet gemanipuleerd) maar dat ook de autoriteit van de afzender of samensteller een rol speelt. Volgens Wikipedia gaat het in het kader van informatiebeveiliging óók om volledigheid en tijdigheid maar dat lijkt meer betrekking te hebben op ict-systemen en digitale data dan op de informatie zelf. Hoe zit dat met informatie waar een boodschap in zit, informatie dus die echt wil communiceren?
Natuurlijk geldt ook daar dat volledigheid of compleetheid een rol speelt maar tegelijkertijdwordt ook een eigen visie op prijs gesteld. De afzender of auteur kan dus wel degelijk keuzes maken: zijn of haar eigen invalshoek, analyse en interpretatie kunnen juist het verschil maken met vergelijkbare informatie die op verschillende andere plekken ook te vinden is. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de betrouwbaarheid of de integriteit van de boodschap. Het wordt echter anders als die eigen visie gepaard gaat met eenzijdigheid. In hetzelfde nummer van IP staat daar mijns inziens een niet zo fraai voorbeeld van. Hoewel het artikel van Tineke IJtsma veel wetenswaardigs bevat (zoals het inzicht dat informatie in veel organisaties een 'commodity' is geworden maar dat dat nog niet betekent dat er ook een groei van de vraag naar informatieprofessionals is te verwachten) vind ik dat ze zich toch wel op een heel beperkt aantal bronnen baseert. Kom op Tineke, de informatiewereld is groter dan de paar artikelen of onderzoeken die door collega's van je eigen organisatie zijn geproduceerd.
Een persoonlijk kennissysteem
Information Literacy wordt door de meeste auteurs die erover publiceren opgevat als een samengesteld geheel van deelvaardigheden die van nut zijn bij het oplossen van een informatieprobleem. In het Nederlands spreken we dan ook wel over "Informatievaardigheden" (meervoud). Het is vooral Albert Boekhorst geweest die het gebruik van deze term in Nederland heeft bevorderd, onder andere door de titel van het leerboek voor studenten in het hoger onderwijs dat hij samen met Diane Koers en Inge Kwast publiceerde.
Er bestaat echter een alternatieve opvatting die inhoudt dat iemand informatievaardig wordt genoemd als hij/zij beschikt over een 'personal knowledge base' wat je in het Nederlands zou kunnen vertalen als een 'persoonlijk kennissysteem'. Goed beschouwd bedoelde Boekhorst dit ook: hij spreekt in zijn proefschrift namelijk ook wel over "informatievaardig zijn" (2000, p. 101) maar blijft verder meestal de term "informatievaardigheden" gebruiken wat minstens suggereert dat het vooral om vaardigheden bij een concrete taakuitvoering gaat.
Maar wat bedoelen we met een "persoonlijk kennissysteem"? Duidelijk is dat het een persoonsgebonden en dus subjectief karakter heeft. Het gaat bij kennis immers om informatie waar "betekenis" aan is toegekend. Een meer concrete invulling kan ik echter ook bij Christine Bruce niet vinden. Maar onderwijskundige modellen brengen me wel wat verder. Zo wijzen Van Merriënboer en anderen erop dat "ondersteunende informatie" tijdens de uitvoering van specifieke beroepstaken onder andere leidt tot de constructie van "mentale modellen" en "cognitieve strategieën" die behoren bij een bepaald vakgebied. En Pintrich (2002) beschrijft de metacognitieve kennis waarover lifelong learners zouden moeten beschikken. Al met al denk ik dat een "personal knowledge base" eruit ziet zoals in bijgevoegd plaatje.
Referenties:
- Bruce, C. (1997). Seven faces of information literacy in higher education. Geraadpleegd op 20-1-2009 op http://sky.scitech.qut.edu.au/~bruce/inflit/faces/faces1.php
- Merriënboer, J. v., Clark, R. & Croock, M. d. (2002). Blueprints for complex learning: the 4C/ID-model. Educational Technology Research and Development, 50 (2), 39-61
- Pintrich, P. (2002). The role of metacognitive knowledge in learning, teaching, and assessing. Theory into Practice, 40 (4), 219-225.
Refworks revisited
Ik zie in mijn archief dat het iets meer dan een jaar geleden is dat ik hier blogde over mijn eerste ervaringen met Refworks. Anders dan ik toen verwachtte ben ik toch wel een "steady user" geworden. Zo erg zelfs dat ik eigenlijk geen dag zonder kan. Inmiddels ben ik record nummer 500 voorbij en, behalve voor een paar sites die ik echt dagelijks gebruik zoals Refworks zelf, hebben de items uit Refworks zelfs mijn bookmarks vervangen. Wie wil weten wat ik professioneel zoal lees: hier is de link naar mijn bestand onder Refshare. Niet schrikken hoor, er zit wel heel erg veel onderwijs in.
Peilen via Twitter
Er is deze dagen nogal wat te doen over Twitter. De berichtgeving over de vliegtuigramp met de Boeing van Turkish Airlines vorige week woensdag deed veel mensen zich afvragen of al die Twitteraars niet beter hun handen uit de mouwen hadden kunnen steken om daadwerkelijk hulp te bieden.
Kattebelletje schreef in het laatste nummer van IP over de rol die Twitter kan vervullen in de informatiedienstverlening en er zijn inderdaad nogal wat bibliobloggers die juist via Twitter hun netwerk onderhouden.
Maar ook op een passieve manier (door alleen maar te 'volgen') kan Twitter een heel handig hulpmiddel zijn. Zo kun je via #idmdh09 goed zien wat mensen gisteren van onze Haagse alumniconferentie vonden. Als je het coördineert kun je het dus ook als een echt survey-instrument inzetten.