The Shallows: What the internet is doing to our brains
"That was certainly how I felt when I began to worry that my use of the Internet might be changing the way my brain was processing information". Zomaar een citaat (p. 38) uit het nieuwe boek van Nicholas Carr die al eerder stof deed opwaaien met het artikel Is Google making us stupid? Het boek is eigenlijk een uitgebreide variatie op hetzelfde thema: de structuur van het internet met zijn hyperlinks nodigt uit tot oppervlakkig lezen. Kenniswerkers van nu lezen zeker niet minder dan die van 20 of 30 jaar geleden; ze lezen vooral veel meer (titels) maar ook oppervlakkiger. Alleen al het verdienmodel van zoekmachines als Google nodigt uit om zo snel mogelijk van de ene 'snippet' naar de andere te hoppen maar we komen er niet meer toe om een boek of artikel van voor naar achter door te lezen en te reflecteren over de inhoud. En dat heeft gevolgen voor de manier waarop wij onze hersenen gebruiken.
Het is een interessante maar niet zo'n heel nieuwe gedachte. Dat bijvoorbeeld ook het gebruik van tekstverwerkers invloed heeft gehad op de structuur die we gebruiken in onze eigen geschriften, is een ervaring die menigeen herkent. En natuurlijk besteed ook ik zowel thuis als op het werk vele uren aan het navigeren naar artikeltjes, sites en boeken die mogelijk interessant voor me zouden kunnen zijn en die ik vervolgens na een minuutje of wat al weer wegklik. Maar waar je blijft hangen, lees je dat dan niet meer van voren naar achter? Het boek van Carr zelf is voor mij het bewijs van zijn ongelijk. Ik heb het afgelopen week van 'cover to cover' gelezen en zit hier nu daadwerkelijk voor mijzelf wat aantekeningen te maken (nadat ik de meest interessante passages al heb zitten overtikken in mijn Refworks bestand). Want het boek is echt de moeite waard. Het gaat namelijk niet alleen over het internet maar en passant behandelt Carr ook de geschiedenis van het schrift, de boekdrukkunst, de vorm van het boek zelf en andere verschijningsvormen van 'intellectual technology'. En ineens valt op dat ook de kranten van dit weekeinde volstaan met verwante onderwerpen: een reportage in De Volkskrant over de iPad waarvan de content juist niet op die van het (gratis) internet moet lijken maar veel meer de aandacht wil vasthouden en een beschouwing in NRC Handelsblad van Robbert Dijkgraaf over het boek van Carr zelf. En ook die heb ik van voor naar achteren gelezen. Inderdaad mijnheer Dijkgraaf, het deed me goed!
Kanttekeningen bij de Scoringsrubriek voor Informatievaardigheden
Anneke plaatste al op 7 juli twee kanttekeningen bij mijn scoringsrubriek voor informatievaardigheden. Ik wil er graag op reageren want haar opmerkingen zijn in lijn met wat anderen me in diverse wandelgangen ook al hebben toevertrouwd.
Om te beginnen vraagt ze zich af hoe de scoringsrubriek door docenten kan worden gebruikt als die zelf onvoldoende bekwaam zijn in de omgang met informatie. Terecht merkt Anneke op dat dit een reëel probleem is: samen met anderen heeft ze hierover gepubliceerd in IP (2006 nr. 11) en hun artikel is inderdaad ook door mijzelf verschillende malen aangehaald. In haar blogpost van 7 juli merkt ze echter ook op dat ik er geen oplossing voor aandraag.
Welnu, de 'oplossing' is volgens mij de scoringsrubriek zelf. In de artikelen die ik over de scoringsrubriek heb gepubliceerd (hier en hier) ligt de nadruk nogal op het gebruik ervan als beoordelingsschema. Dat is ook niet verwonderlijk want met die achtergrond ben ik ook ooit begonnen aan de ontwikkeling ervan. Nu er ook op mijn eigen hogeschool steeds vaker vragen komen over de scoringsrubriek kom ik er echter achter dat het beoordelingsschema bovendien een prachtig instrument is om collega docenten van andere opleidingen en andere academies (faculteiten zouden ze zeggen op de universiteiten) te confronteren met hun eigen onbekwaamheid op dat gebied. En die bewustwording is inderdaad een eerste stap om docenten zover te krijgen dat ze zich daarin gaan verbeteren. In het artikel dat ik in oktober 2009 schreef voor IP heb ik daarover zijdelings een opmerking gemaakt maar inmiddels wordt mij steeds duidelijker dat opleidingen en docenten flink zullen moeten investeren om hun eigen deskundigheid op het gewenste niveau te krijgen als ze met de scoringsrubriek aan de slag willen. Maar informatieprofessionals kunnen hen daarbij goed ondersteunen!
Overigens verscheen zeer recent een goed literatuuroverzicht over de verschillende functies die scoringsrubrieken kunnen vervullen, niet alleen voor docenten maar ook voor studenten, opleidingsmanagers (in het kader van kwaliteitszorg) en geldschieters.
Anneke's tweede kanttekening verwijst naar de fictieve situatie dat een student een briljant eindproduct oplevert maar dat de scores voor informatievaardigheid onder de maat zijn. Ze vraagt zich af of dat überhaupt mogelijk zou zijn, waarbij ze verwijst naar het Eureka-verhaal en zich afvraagt hoe informatievaardig Archimedes geweest zou zijn.
Om met dat laatste te beginnen: die vraag kunnen we niet beantwoorden. Het verhaal is nogal apocrief en we weten niet in hoeverre Archimedes zijn probleem heeft besproken met andere wetenschappers of erover heeft gelezen voordat hij in bad stapte.
Wat we wel weten is dat vooruitgang in wetenschap en techniek (zeker sinds de 18e eeuw) steeds is gebaseerd of juist reageert op inzichten van andere deskundigen. "Standing on the shoulders of Giants" is dan ook het motto dat Google Scholar heeft geadopteerd en op haar startpagina hanteert.
Natuurlijk is het een aantrekkelijke gedachte dat er mensen zijn die geheel op eigen krachten tot geniale inzichten komen. De dagelijkse praktijk van wetenschappelijk en toegepast onderzoek is echter dat het hard buffelen is, veel lezen, nazoeken, discussiëren en reflecteren om vervolgens creatief oplossingen te bedenken voor een specifiek probleem.
Deze blogpost is een bewerking van het commentaar dat ik eerder deze dag plaatste bij het bericht van Anneke zelf.
Met Hennie Kuiper op de foto
Voorafgaand aan de start van de 10e HBO Fietstocht ging menige ploeg graag met wielerexpert en beroemd slecht-weer-rijder Hennie Kuiper op de foto. Dat gold ook voor De Haagse Hogeschool met mijzelf zittend 2e van links. Verder was het gisteren een gezellige, sportief gezien bevredigende maar vooral ook erg natte dag in de omgeving van Deventer. Wat moet het daar mooi zijn bij een beetje redelijk weer!